"Je eigen binnenste buiten"
Een korte verhandeling over kunst en psychiatrie
Door: Hugo Koetsier, psychiater, eerste geneeskundige GGZ NHN

Om maar met de deur in huis te vallen: er is geen direct verband tussen psychiatrische stoornissen en creatieve uitingen die tot kunst leiden. Wel zijn er overeenkomsten.
Bij het omgaan met kunst, ook binnen een psychiatrische instelling, is het belangrijker bij jezelf na te gaan wat een kunstwerk in je binnenste teweegbrengt, dan je af te vragen wie de kunstenaar is of wat de kunstenaar bewogen heeft. Het beschouwen van kunst zou een subjectieve ervaring moeten zijn van "dit klopt", "hier is de juiste toon getroffen en springt de vonk over".

Maar wat is dan die juiste toon? Of wanneer klopt het? Wat is nodig om creatief te zijn en een creatief product zelfs tot kunst te laten worden? Is creativiteit ook nodig om iets als kunst te ervaren? En wat is dan de verhouding tussen kunst, psychiatrie en maatschappij? Op deze vragen ga ik verder in.

Saint-Exupéry schreef in De kleine prins: "Je kunt alleen maar goed zien met het hart. Het wezenlijke is niet waarneembaar met het oog". Er moet om van kunst te kunnen spreken iets meer zichtbaar worden dan al zichtbaar was. Een werkelijkheid moet zichtbaar worden waarvan men nog niet wist dat die bestond.
Creativiteit is het vermogen iets nieuws voort te brengen, maar ook om iets nieuws te zien. Menselijke creativiteit gebruikt feitelijk wat al beschikbaar was en verandert dit op een onvoorspelbare manier.
De schilder Paul Klee zei: "Kunst is niet een herhaling van wat je kunt zien, kunst laat je het zichtbare echt zien."
Om kunst te maken en om kunst te ervaren moet je, zou je kunnen zeggen, je eigen binnenste naar buiten keren. Je moet iets op een andere manier willen en kunnen waarnemen.

Voor het maken van een creatief product is een herstructurering van de door de maker waargenomen werkelijkheid nodig. Om dit te kunnen moet de maker in staat zijn tot selectie, tot hergroepering en veranderingen van vormen en tot opzettelijk scheppen van nieuwe patronen. Anders gezegd moet de maker en eigenlijk ook de beschouwer de volgende fasen doorlopen: het zich oriënteren (een probleem stellen), het verzamelen van materiaal, het overhouden van relevant materiaal door het maken van keuzes, het door ideeën zoeken naar alternatieven, het kiezen/vinden van de oplossing, het inelkaarzetten van het product (technische vaardigheid) en het beoordelen van het resultaat.

verder: link
      terug